Kinderen beleven samen een yoga-avontuur tijdens een kinderyogales.

Hoe bouw je een kinderyogales op? Van thema naar een compleet yoga-avontuur

Een kinderyogales opbouwen begint voor ons bij een thema. Vanuit dat thema ontstaat een avontuur met een duidelijke reden om op pad te gaan. Yogahoudingen, beweging, samenwerking, adem, aandacht en ontspanning krijgen vervolgens een logische plek binnen dat verhaal.

Een goede lesopbouw geeft je daarbij houvast, terwijl er ruimte blijft om te kijken naar de kinderen voor je. Want een les kan op papier nog zo mooi kloppen, de echte kinderyogales ontstaat pas wanneer jij hem samen met de groep beleeft.

Maar hoe maak je van een eerste thema een compleet yoga-avontuur? En waar let je op als je zelf een kinderyogales wilt opbouwen?

Begin met een thema dat bij kinderen past

Voorbeelden van thema’s voor een kinderyogales, zoals Sinterklaas, prinses, superheld, tijger en astronaut.
Bij Yogabeertjes begint het maken van een kinderyogales meestal met een thema.

Dat kan een plek zijn, zoals de jungle, de ruimte of de onderwaterwereld. Ook een seizoen, feestdag, boek of onderwerp als vriendschap kan een mooi vertrekpunt zijn.

Een goed thema geeft je inspiratie voor de wereld waarin je avontuur zich afspeelt. Daarna komt de volgende vraag:

Wat gaan de kinderen daar beleven?

Want alleen een thema maakt nog geen avontuur.

Stel dat je kiest voor de jungle. Dan kun je natuurlijk allerlei jungledieren bedenken, maar het verhaal wordt veel sterker wanneer de kinderen met een reden de jungle in gaan.

Misschien is een klein aapje zijn moeder kwijt en gaan jullie haar zoeken.

Nu ontstaat er een missie.

Onderweg volgen de kinderen sporen, steken ze een rivier over en ontmoeten ze dieren die kunnen helpen om de apenmoeder te vinden. Misschien wijst een slang welke kant ze op moeten of zien ze vanaf een hoge boom iets bewegen in de verte. Uiteindelijk vinden ze de apenfamilie terug.

Het verhaal heeft zo een begin, gebeurtenissen onderweg én iets waar je samen naartoe werkt.

Dat maakt het een avontuur.

Geef je yoga-avontuur een doel

Een duidelijke missie helpt enorm bij het opbouwen van je kinderyogales.

Je kunt bijvoorbeeld:

  • een verloren dier terugbrengen naar zijn familie;
  • op zoek gaan naar een verborgen schat;
  • een raket repareren om weer naar huis te kunnen;
  • ingrediënten verzamelen voor een magische toverdrank;
  • een verdwenen regenboog terugvinden;
  • samen een route afleggen om ergens te komen.

Zo'n doel geeft richting aan het verhaal. Iedere gebeurtenis onderweg kan vervolgens iets bijdragen aan de reis.

Dat maakt ook het bedenken van oefeningen makkelijker.

Moeten de kinderen een wilde rivier oversteken? Daar kan een balans- of samenwerkingsoefening uit ontstaan. Ontmoeten ze een hond die het spoor heeft gevonden? Dan kan daar een yogahouding bij passen. Komen ze na een actieve tocht op een stille plek? Dan ontstaat er vanzelf ruimte om de aandacht te vertragen.

Je bedenkt dus niet eerst een lange lijst oefeningen die je daarna in een verhaal probeert te plaatsen. Vanuit het avontuur ontstaan situaties waarin beweging, yoga, spel, adem of aandacht een functie krijgen.

En precies daardoor voelt de les voor kinderen als één geheel.

Laat kinderen het verhaal met hun lichaam beleven

Storytelling binnen kinderyoga gaat verder dan een verhaal vertellen. Kinderen beleven het avontuur met hun lichaam.

Als jullie een berg beklimmen, bewegen de kinderen mee. Als er een sterke wind door het bos waait, voelen en verbeelden ze die met hun lichaam. Ontmoeten jullie onderweg een dier, dan kan dat dier tot leven komen in een yogahouding.

Het verhaal en de yoga lopen zo door elkaar heen.

Daarvoor hoef je geen volledig verhaal woord voor woord uit te schrijven. Een duidelijke verhaallijn met een begin, een missie, een aantal gebeurtenissen en een einde geeft je juist ruimte om tijdens de les te reageren op wat er gebeurt.

Je kunt ook een boodschap in het avontuur verweven.

Misschien speelt samenwerken een belangrijke rol. Dan kun je een situatie bedenken waarin de kinderen elkaar nodig hebben om verder te komen. Wil je aandacht geven aan grenzen voelen? Dan kan er onderweg een moment ontstaan waarop kinderen mogen ontdekken wat voor hen prettig voelt.

De ervaring staat daarbij centraal. Kinderen beleven iets in het verhaal en krijgen daar op een speelse manier betekenis bij.ets waarmee een kind beweegt, maar ook iets waar het naar leert luisteren.

Van een gevoel naar voelen waar het zit

Storytelling binnen kinderyoga gaat verder dan een verhaal vertellen. Kinderen beleven het avontuur met hun lichaam.

Als jullie een berg beklimmen, bewegen de kinderen mee. Als er een sterke wind door het bos waait, voelen en verbeelden ze die met hun lichaam. Ontmoeten jullie onderweg een dier, dan kan dat dier tot leven komen in een yogahouding.

Het verhaal en de yoga lopen zo door elkaar heen.

Daarvoor hoef je geen volledig verhaal woord voor woord uit te schrijven. Een duidelijke verhaallijn met een begin, een missie, een aantal gebeurtenissen en een einde geeft je juist ruimte om tijdens de les te reageren op wat er gebeurt.

Je kunt ook een boodschap in het avontuur verweven.

Misschien speelt samenwerken een belangrijke rol. Dan kun je een situatie bedenken waarin de kinderen elkaar nodig hebben om verder te komen. Wil je aandacht geven aan grenzen voelen? Dan kan er onderweg een moment ontstaan waarop kinderen mogen ontdekken wat voor hen prettig voelt.

De ervaring staat daarbij centraal. Kinderen beleven iets in het verhaal en krijgen daar op een speelse manier betekenis bij.

De BEERTJE-methode geeft houvast aan je lesopbouw

Wanneer het avontuur steeds meer vorm krijgt, kijk je ook naar de opbouw van de volledige kinderyogales.

Bij Yogabeertjes werken we hiervoor met onze eigen BEERTJE-methode. Deze methode bestaat uit zeven fases en helpt om de verschillende ervaringen binnen een les op een logische manier met elkaar te verbinden.

De les beweegt van aankomen naar activeren en beleven. Vanuit daar is er ruimte voor onder andere yoga, verbinding met elkaar, adem en aandacht, ontspanning en een bewuste afronding.

Die structuur geeft richting, terwijl ieder avontuur een eigen karakter houdt.

In een les waarin de kinderen samen een schat moeten vinden, kan samenwerking bijvoorbeeld veel ruimte krijgen. Een ander avontuur nodigt juist uit tot volop bewegen. En binnen een rustiger verhaal kan er vanzelf meer aandacht ontstaan voor adem, zintuigen of ontspanning.

De verschillende onderdelen hoeven dus niet iedere keer precies even groot te zijn.

Je kijkt naar het thema, het verhaal, de leeftijd en de kinderen voor je. De BEERTJE-methode helpt om daar een samenhangende les van te maken.

In onze opleiding Kinderyoga & Mindfulness gaan we veel verder in op de zeven fases. Je leert daar wat iedere fase toevoegt, welke oefeningen erbij kunnen passen en hoe je zelf bewuste keuzes maakt bij het ontwerpen van een complete kinderyogales.

Laat yogahoudingen uit het avontuur ontstaan

Terwijl je het avontuur uitwerkt, ontstaan er vanzelf momenten voor yogahoudingen.

Komt er een slang over het pad gekronkeld? Dan bewegen de kinderen als een slang. Ontmoeten ze een hond die weet welke kant het aapje op is gegaan? Dan krijgt de hond een plek in het verhaal én in de yoga. Moeten de kinderen over een smalle boomstam om verder te komen? Dan ontstaat daar een balansmoment.

Zo heeft wat je in het verhaal introduceert een functie.

Dat houdt je verhaal helder en helpt kinderen in de beleving te blijven.

Kijk bij het kiezen van yogahoudingen ook naar de leeftijd en ontwikkeling van de kinderen. Een houding moet passen bij hun lichaam en mag op verschillende manieren worden ervaren.

Bij kinderyoga staat beleven centraal. Een kind mag ontdekken hoe een beweging voelt, hoe het zijn evenwicht vindt en waar zijn eigen grens ligt. Door tijdens yoga aandacht te geven aan wat er in het lichaam gebeurt, ontstaat er ook ruimte om het lichaamsbewustzijn bij kinderen te ondersteunen. Als docent begeleid je dat veilig en geef je ruimte voor verschillen tussen kinderen.

Daarom vraagt een kinderyogales om meer dan inspiratie voor leuke houdingen. Kennis van het kinderlichaam en veilig bewegen helpt je om ook inhoudelijk bewuste keuzes te maken.

Maak van overgangen onderdeel van het avontuur

Een sterke kinderyogales zit voor een groot deel in de verbinding tussen de verschillende onderdelen.

Stel dat de kinderen tijdens een bosavontuur volop hebben bewogen. Verderop ontdekken ze een open plek. Daar horen ze ineens een heel zacht geluid. Iedereen gaat zitten om te luisteren waar het vandaan komt.

Met een klein stukje verhaal verandert de energie van de groep.

Ook een ademoefening kan op die manier vanzelf uit het avontuur ontstaan. Misschien komen de kinderen iets tegen wat ze zachtjes weg mogen blazen. Of ze hebben een lange tocht afgelegd en worden nieuwsgierig naar wat hun adem op dat moment doet.

Je kunt overgangen ook maken met beweging. Van groot bewegen naar klein bewegen. Van lopen naar zitten. Van snel naar langzaam.

Je stem helpt eveneens. Zachter spreken, je tempo verlagen of juist wat meer energie in je stem brengen, geeft kinderen informatie over waar de les naartoe beweegt.

Ook een vraag kan de aandacht verschuiven:

Horen jullie dat geluid ook?

Of:

Kun je voelen hoe je adem nu beweegt?

Kleine schakelingen kunnen ervoor zorgen dat kinderen in het verhaal blijven terwijl je naar een volgend onderdeel van de kinderyogales gaat.

In onze opleiding besteden we daarom veel aandacht aan storytelling, stemgebruik en overgangen. Je leert hoe verschillende onderdelen natuurlijk in elkaar kunnen overvloeien, zodat het avontuur blijft doorlopen.

Stem de opbouw af op de leeftijd

Eenzelfde thema kan er bij verschillende leeftijden heel anders uitzien.

Bij jonge kinderen spelen fantasie, herhaling en voordoen een grote rol. De instructies blijven kort en er mag veel bewogen worden. Het verhaal is duidelijk en de gebeurtenissen volgen elkaar relatief snel op.

Een jungleverhaal kan bij kleuters bijvoorbeeld bestaan uit herkenbare dieren, grote bewegingen en een eenvoudige missie die steeds terugkomt: waar is de mama van het aapje?

Bij kinderen van ongeveer zes tot negen jaar kun je meer uitdaging toevoegen. Het verhaal blijft belangrijk, terwijl er meer ruimte ontstaat voor samenwerking, keuzes en bewustere aandacht voor een beweging of ervaring.

Misschien moeten kinderen samen bedenken hoe ze een rivier oversteken. Of ze krijgen verschillende routes en mogen kiezen welke kant het avontuur opgaat.

Bij oudere kinderen kun je nog meer autonomie en techniek toevoegen en de verhaallaag aanpassen aan wat hen aanspreekt.

De leeftijd geeft dus richting aan de manier waarop je jouw kinderyogales opbouwt. Ook de ontwikkeling, ervaring en groepsdynamiek spelen mee.

Je kunt hetzelfde thema daardoor meerdere keren gebruiken en er toch een heel andere les van maken.

Gebruik materialen met een duidelijke functie

Materialen kunnen iets extra's toevoegen aan een kinderyogales wanneer ze onderdeel zijn van wat de kinderen daadwerkelijk doen of ervaren.

Een Hoberman Sphere kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de beweging van de adem zichtbaar te maken. Een klankschaal kan onderdeel zijn van een luisteroefening. Yogakaarten kunnen een rol krijgen binnen een spel of opdracht.

Stel jezelf bij een materiaal daarom de vraag:

Wat gaan de kinderen hiermee doen of ervaren?

De fantasie van kinderen kan het verhaal ondertussen prima dragen. De vloer kan in hun beleving een wilde rivier worden en de yogamat een boot, zonder dat je daarvoor allerlei decoratie nodig hebt.

Een attribuut krijgt binnen de les vooral waarde wanneer het daadwerkelijk iets toevoegt aan de oefening of ervaring.

Dat helpt ook om rust in je les te bewaren. Je kiest gericht wat je nodig hebt en haalt een materiaal tevoorschijn op het moment dat het binnen het avontuur een functie krijgt.

Kijk tijdens de les naar wat er gebeurt

Een goede voorbereiding geeft je iets om op terug te vallen. Tijdens de les begint vervolgens het echte werk: kijken naar de groep.

Misschien had je vijf minuten gepland voor een samenwerkingsopdracht en zijn de kinderen er zo mooi mee bezig dat je besluit om langer te blijven.

Misschien merk je bij een ander onderdeel dat de aandacht snel wegzakt. Dan kan het fijner zijn om het avontuur verder te laten gaan.

Ook de energie van de groep kan anders zijn dan je vooraf had verwacht.

Sommige kinderen komen heel actief binnen, terwijl anderen eerst even de ruimte nodig hebben om aan te komen. Op een andere dag kan dezelfde groep ineens veel rustiger zijn.

Je lesplan geeft je richting, maar je hoeft er niet aan vast te blijven zitten.

Juist wanneer je goed weet waarom je een onderdeel hebt gekozen, kun je gemakkelijker beslissen of het op dat moment nog iets toevoegt.

Dat is een belangrijke vaardigheid van een kinderyogadocent: je kent je plan én blijft aanwezig bij wat er werkelijk gebeurt.

Je kijkt, luistert en past waar nodig aan.

Hoe lang duurt een kinderyogales?

Een volledige kinderyogales duurt vaak ongeveer 45 tot 60 minuten, maar zie dit vooral als een richtlijn.

Voor jonge kinderen kan een korter yoga-avontuur beter passen. Een groep die al vaker kinderyoga heeft gedaan, kan soms langer bij bepaalde onderdelen blijven.

Ook binnen de les hoeft de tijd niet gelijk verdeeld te zijn.

Het ene avontuur bevat misschien een uitgebreid samenwerkingsgedeelte. In een andere les krijgt het bewegen meer ruimte. Soms ontstaat er aan het einde juist een fijn rustmoment waar kinderen langer in blijven.

Kijk daarom naar de functie en energie van het onderdeel.

Zijn de kinderen betrokken? Past het nog binnen het avontuur? Voegt het op dit moment iets toe?

Dan kun je bewust bepalen wanneer je verdergaat.

Houd je kinderyogales helder

Wanneer je zelf een kinderyogales maakt, kun je al snel veel leuke ideeën hebben. Een houding die perfect bij het thema past, een spel dat je ergens hebt gezien, een ademactiviteit, drie leuke materialen en dan nog die ene creatieve afsluiting.

Kiezen is daarom een belangrijk onderdeel van lesontwerp.

Een heldere verhaallijn geeft ruimte om echt ergens in op te gaan. Je kunt beter een paar sterke gebeurtenissen in je avontuur uitwerken dan voortdurend naar het volgende idee springen.

Dat geldt ook voor yogahoudingen en materialen. Alles wat je toevoegt, heeft een functie binnen de ervaring die je samen creëert.

Je kunt jezelf tijdens het voorbereiden drie vragen stellen:

  1. Past dit bij het avontuur?
  2. Voegt dit iets toe aan wat de kinderen beleven of ervaren?
  3. Past dit bij de leeftijd en de groep?

Met die vragen wordt het vaak veel makkelijker om te bepalen wat je wel gebruikt en wat je voor een andere les bewaart.

Van een lesplan naar je eigen manier van lesgeven

Wanneer je net begint met kinderyoga geven, kan een bestaande les of duidelijke structuur veel houvast bieden.

Gaandeweg leer je steeds meer zelf creëren.

Je merkt welke thema's bij jou passen, hoe je van een idee een avontuur maakt en hoe je oefeningen op een natuurlijke manier in het verhaal verweeft. Je ontdekt wat je stem doet met de groep en hoe je beweging en rust met elkaar kunt afwisselen.

Ook leer je steeds beter kijken naar de kinderen.

Wanneer blijf je wat langer bij een oefening? Wanneer ga je verder? Hoe pas je iets aan voor een andere leeftijd? Welke houding past veilig bij de groep? En hoe zorg je dat de structuur ondersteunend blijft terwijl het avontuur levendig voelt?

Daar komt veel samen: yoga, creativiteit, storytelling, kennis van het kinderlichaam, groepsbegeleiding, adem, mindfulness en jouw eigen manier van lesgeven.

Dat maakt het vak van kinderyogadocent juist zo veelzijdig.

Een goede lesopbouw helpt je om al die elementen samen te brengen. Het thema geeft je de wereld, het avontuur geeft richting en een methodiek geeft je houvast. Jij bent degene die daar samen met de kinderen een levende les van maakt.

Zelf complete kinderyogalessen leren maken?

Wil je verder leren dan werken met losse oefeningen of kant-en-klare lessen? In de opleiding Kinderyoga & Mindfulness van Yogabeertjes Academie leer je stap voor stap hoe je zelf complete yoga-avonturen ontwerpt en begeleidt.

Je verdiept je onder andere in de BEERTJE-methode, storytelling, yogahoudingen, het kinderlichaam, adem en mindfulness, materialen en groepsdynamiek. Tijdens de praktijkdagen ga je zelf ervaren, oefenen en lesgeven en krijg je feedback op de keuzes die je maakt.

Zo leer je steeds zelfstandiger lessen ontwerpen die passen bij jouw manier van lesgeven én bij de kinderen voor je.

Bekijk de opleiding Kinderyoga & Mindfulness

Over de auteur: Chelsea van Nifterick

Chelsea van Nifterick is kinderyogadocent en medeoprichter van Yogabeertjes Academie, die zij samen met haar zus Robyn oprichtte. Ze heeft inmiddels aan meer dan 4.500 kinderen kinderyoga en mindfulness gegeven.

Met de BEERTJE-methode leert Chelsea toekomstige kinderyogadocenten hoe zij veilige, speelse en complete lessen kunnen opbouwen. Haar missie is om zoveel mogelijk kinderen al op jonge leeftijd te leren ontspannen, voelen en vertrouwen op zichzelf.
Write your awesome label here.

Meer inspiratie van Yogabeertjes

Wil je nog meer leuke yoga- en mindfulnessideeën? Download de Yogabeertjes-app en ontdek:

  • 65+ yogavideo’s, mindfulnessvideo’s en meditaties
  • Leuke extra's voor kinderen
  • Inspiratie voor spelenderwijs bewegen, ontspannen en ontdekken
Write your awesome label here.
Gemaakt met